In het kader van vervoersovereenkomsten is de vervoerder verantwoordelijk voor de veiligheid van de vervoerde goederen. Hierbij hoort niet alleen goed transport, maar ook bescherming tegen eventuele schade, zoals diefstal. Uit de jurisprudentie van het Oberlandesgericht München blijkt duidelijk dat de veiligheidsmaatregelen van de vervoerder afgestemd moeten zijn op de specifieke risico's van het transport. Van bijzonder belang is de vraag in hoeverre de bepalingen in de algemene voorwaarden (AV) geldig zijn en welke eisen aan de vervoerder moeten worden gesteld met betrekking tot diefstalbeveiliging.
Uitspraak van het Oberlandesgericht München
Een bepaling in de algemene voorwaarden op grond waarvan de bestuurder uitsluitend naar bewaakte parkeerplaatsen mag rijden, vormt een verrassingsclausule in de zin van § 305 c lid 1 van het Duitse Burgerlijk Wetboek (BGB) en wordt derhalve geen onderdeel van de overeenkomst, indien de vervoerder niet in de vervoersopdracht of mondeling vóór het sluiten van de overeenkomst op de hoogte is gesteld van deze bepaling.
De veiligheidsmaatregelen die de vervoerder moet nemen om zijn contractuele verplichting na te komen om de aan hem toevertrouwde goederen tijdens het transport tegen diefstal te beschermen, zijn afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Van doorslaggevend belang is of de genomen maatregelen voldoen aan de zorgvuldigheidsnormen die voor het uit te voeren transport vereist zijn. Hoe groter de risico's die gepaard gaan met het transport van goederen, hoe hoger de eisen zijn die aan de te nemen veiligheidsmaatregelen worden gesteld. Van groot belang hierbij is of de te vervoeren goederen gemakkelijk te gebruiken zijn en daardoor bijzonder diefstalgevoelig, wat de waarde ervan is, of de vervoerder op de hoogte moest zijn van het bijzondere gevaar en welke concrete mogelijkheden er waren voor een veilige onderbreking van de reis om de voorgeschreven rusttijden in acht te nemen.
Indien de vervoerder niet weet dat hij goederen vervoert die het risico lopen te worden gestolen en de transportopdracht enkel betrekking heeft op “groupage”, dan kan van hem geen verhoogde veiligheidsmaatregelen worden verwacht. Als hij zijn rusttijd doorbrengt op een parkeerplaats die ook de hele nacht open is en een parkeerplaats kiest op een terrein waar meerdere vrachtwagens naast elkaar geparkeerd staan, kan hem geen gekwalificeerde nalatigheid worden verweten.
Conclusie
Uit de uitspraak van de Hogere arrondissementsrechtbank München blijkt dat clausules in algemene voorwaarden die de bestuurder verplichten om uitsluitend naar bewaakte parkeerplaatsen te rijden, niet van kracht zijn als ze niet vóór het sluiten van de overeenkomst aan de vervoerder zijn meegedeeld. Bij diefstal tijdens het transport is de vervoerder enkel aansprakelijk indien hij zich bewust was van een verhoogd diefstalrisico of indien hij in een kwetsbare situatie naliet passende veiligheidsmaatregelen te nemen. Als de vervoerder echter niet op de hoogte is van het diefstalrisico en een geschikte rustplaats kiest om de rusttijden na te leven, kan hem geen gekwalificeerde nalatigheid worden verweten.